De gemeten waarden na de refractie zijn nog niet direct als voorschrift te gebruiken. Een correcte refractie is namelijk niet compleet zonder de zogenaamde comfort test. Na de binoculaire refractie balans wordt de cliënt uit de stoel gehaald, waarna we deze persoon laten kijken naar een punt op verder dan zes meter afstand. Bij de betreffende persoon wordt bij deze test voor beide ogen een kwart dioptrie (S+0,25) voorgehouden. Levert dit een beter of gelijkwaardig beeld op, dan moet er een kwartje sterkte bij. Wordt het beeld slechter, dan wordt deze sterkte niet gegeven. In dit laatste geval wordt er voor beide ogen S-0,25, dus een kwart dioptrie minder sterkte voorgehouden. Dit kwartje min wordt echter pas gegeven als er direct een verbetering optreedt.