sep 12, 2011
Een groot gedeelte van de oogbol (bulbus oculi) is niet zichtbaar voor de buitenwereld. Het merendeel zit namelijk veilig verborgen in de oogkassen. Of de ogen blauw, groen of bruin kleuren hangt af van het aanwezige pigment in de iris. De pupil is een uitsparing in de iris waardoor licht het oog kan binnentreden. De iris ligt precies tussen de voorste en de achterste oogkamer, welke zijn voorzien van kamerwater. Naast het doorlaten van licht, fungeert de pupil ook als een soort brug tussen de beide kamers. Kamerwater kan zodoende vrij stromen van de ene naar de andere kamer.
De buitenkant van het oog is opgebouwd uit meerdere ooglagen. De buitenste ooglaag is onder te verdelen in het hoornvlies en de sclera (het witte gedeelte van het oog). Aan de sclera zitten de oogspieren vastgehecht die het draaien van het oog mogelijk maken.
De middelste ooglaag is het vaatvlies (chorioidea), een haarvatrijke en gepigmenteerde laag die tussen de sclera en het pigmentepitheel van het netvlies ligt en is 2 mm dik. Het aanwezige pigment absorbeert licht dat door de retina is gevallen en licht dat eventueel door de sclera komt. De binnenste ooglaag is het netvlies (een laag van nog geen o,1mm dikte) waar zich de staafjes en de kegeltjes bevinden. Het netvlies (of retina) bevat lichtgevoelige cellen. Deze lichtreceptoren maken het mogelijk om te kunnen zien.