sep 24, 2011
Is een lage visus niet meer te corrigeren met een bril of lenzen en bent u door hierdoor beperkt in uw alledaagse doen en laten, dan spreken we van slechtziendheid of low vision. Een lage gezichtsscherpte kan ontstaan door oogaandoeningen als macula degeneratie, retinitis pigmentosa of glaucoom. Vergrotende gezichtshulpmiddelen kunnen u nog enigszins mogelijkheden bieden.
Slechtziendheid kunnen we onderverdelen in een oculaire en een celebrale vorm. Bij oculaire visulaire inperking, afgekort OVI, gaat het om een aandoening aan de ogen. Bij celebrale visuele inperking, afgekort CVI, gaat het om een gebrek aan vermogen om ontvangen beelden te verwerken. Diepten en hoogten voorzien kan problemen geven, evenals het onderscheiden van beelden. CVI kan zich ontwikkelen door een tekortkoming aan zuurstof gedurende of na de de bevalling, bij vroeggeborenen, als gevolg van hersenbeschadigingen, maar ook door neurologische aandoeningen.
De mate van slechtziendheid kunnen we classificeren van matig zicht tot volledige blindheid:
- Matig slechtziend: 10 tot 30 procent zicht.

- Ernstig slechtziend: 5 tot 10 procent zicht.
- Zwaar slechtziend: 2 tot 5 procent zicht.
- Nagenoeg blind: minder dan 2 procent zicht of louter lichtwaarneming.
- Volledig blind: totaal geen lichtwaarneming
Vergrotende hulpmiddelen zijn verkrijgbaar in velerlei soorten. Denkt u hierbij bijvoorbeeld aan loepen, leeslinealen, telescoopbrillen maar ook aan toetsenborden met grote letters.